Socialisatie

Het is niet altijd gemakkelijk om vast te stellen of een pup goed gesocialiseerd is/wordt. Ondanks het feit dat er nooit garanties zijn, kun je onderstaande richtlijnen hanteren bij de aankoop van een pup of hond.

Er worden een aantal aandachtspunten opgesomd rond zaken waarop je kunt letten om na te gaan of je pup goed gesocialiseerd is/wordt. Zo verhoogt de kans dat je bij het opvoeden zoveel mogelijk succes boekt en heb je zo weinig mogelijk risico op latere gedragsproblemen.

Uiteraard is elke pup, en ook elke situatie anders. De aandachtspunten zijn dan ook algemene richtlijnen, die individueel enigszins kunnen afwijken. Zo zal de leeftijd waarop je je pup aankoopt en in huis haalt zeker een invloed hebben op een aantal factoren. Wees je daarvan bewust.

 

SOCIALISATIE IS LEREN OMGAAN MET PRIKKELS

Socialisatie begint op het moment dat al de zintuigen van een pup beginnen te werken. Dat is ongeveer vanaf de leeftijd van 3 weken. Het socialisatieproces begint dus al bij de fokker.

De socialisatie van de pup gaat echter verder na de aankoop door de nieuwe eigenaar en duurt eigenlijk het hele verdere leven van de hond voort. Daarbij gaat het om het leren van de hondentaal, maar ook de mensentaal en de grenzen van wat kan en niet mag.

Als een pup samenleeft met andere honden (moeder, nestgenoten en/of andere honden) leert hij de normale hondentaal. Het is noodzakelijk voor een pup om dit voldoende te leren (en dus niet te jong bij de moederhond of uit het nest te worden weggehaald) om later in zijn leven beleefd en gepast te kunnen omgaan met andere honden.

Het aantal prikkels waarmee een pup  in contact komt is verder ook van belang. Een absoluut gebrek aan prikkels kan leiden (bv. afgesloten in een donkere schuur of kennel zitten) tot de onmogelijkheid om sociaal gedrag te leren, wat op zijn beurt gedragsproblemen kan veroorzaken. Maar ook te veel of te hevige prikkels kunnen leiden tot problemen, omdat de pup het misschien allemaal niet kan verwerken en erg overgevoelig wordt. Zowel onderprikkeling als overprikkeling kunnen dus leiden tot een slechte socialisatie, met onoverkomelijke gedragsproblemen als gevolg.

 

WAT ZIJN PRIKKELS?

Prikkels zijn al de dingen in de omgeving waarmee de hond in contact zal komen. Het gaat hierbij om zowel levende als niet-levende dingen.

Levende prikkels
  • Verschillende types mensen: man, vrouw, baby, kind, tiener, volwassene, bejaarde, verschillende klederdracht, rolstoel, …
  • Andere dieren: andere honden, kat, paard, schaap, kip, konijn, …
Niet-levende prikkels
  • Huishoudelijke activiteiten en geluiden: stofzuiger, (af)wasmachine, grasmachine, tv, computer, borden, glazen, sleutels, voetstappen, deur, poort, …
  • Vervoersmiddelen en bewegende dingen: auto, fiets, trein, step, kinderwagen, rolkoffer, vuilnisbak, vrachtwagen, tractor, fietsmand, transportmand, …
  • Markt, terras, kermis, … (Opletten voor te veel!)

De belangrijkste regel hierbij is dat de dingen die belangrijk zijn in jouw leven, ook de dingen zijn die je pup moet leren kennen!

 

WAT IS OF KAN WIJZEN OP EEN GOEDE SOCIALISATIE?
  • Omgeving bij de fokker
    • De moederhond en/of meerdere volwassen honden zijn aanwezig. Je mag als bezoeker ook met deze honden in contact komen.
    • De pup groeit op in een huiselijke omgeving en heeft contact met huiselijke geluiden en activiteiten (bv. grasmachine, wasmachine, tv, …).
    • De pup en moederhond hebben een uitloop naar buiten en/of worden regelmatig buiten gelaten (afhankelijk van de leeftijd van de pup).
    • De pup voelt zich veilig en kan rust vinden in zijn nestomgeving.
    • Het is ideaal als de pup (minstens sporadisch) contact heeft met kinderen en katten (toch zeker als je zelf katten hebt).
  • Gedrag van de pup
    • De pup maakt gemakkelijk contact met jou en jouw kinderen en laat zich door jou en jouw kinderen aanraken.
    • De pup onderzoekt de omgeving als hij uit zijn nest wordt gelaten.
    • De pup vertoont naar jou en jouw kinderen geen enkel agressiesignaal (tanden ontbloten, grommen en bijten los van spel).
  • Gedrag van de moeder
    • Moederlijke agressie (agressie in de buurt van pups) kan voorkomen en is niet altijd abnormaal, maar de moederhond moet wel kunnen ontspannen in aanwezigheid van haar eigenaar. Ze voelt zich veilig en gesteund door haar eigenaar, waardoor de eventuele moederlijke agressie na korte tijd verdwijnt.
    • Elke andere vorm van agressie is onaanvaardbaar.
    • De moeder begroet liefst jou en jouw kinderen op een vriendelijke manier.
    • De moeder mag niet angstig zijn.
  • De fokker
    • De pups en moederhond hebben vertrouwen in de fokker en voelen zich veilig in zijn aanwezigheid. De moederhond en pups volgen de fokker enthousiast.
    • De fokker gaat zacht en liefdevol om met de pups en zijn andere honden.
    • Vraag ook zeker naar gedragsproblemen bij de ouders en voorouders van de pups.